EEN ANDERE KIJK OP HIV, AIDS, OORZAKEN, BEHANDELINGEN EN GEVOLGEN

Nieuw op de site:

Waar is het 'overstelpend bewijs'
Bij de dood van Christine Maggiore
HIV/AIDS en het NRC
Gouden toekomst
Aids of ondervoeding?
Kindergenocide
Hoe het begon
(Product) RED
Wereldaidsdag
$1.000.000 beloning

Actueel

Beginselverklaring

Dr. Wilhelm Godschalk legt nog eens haarfijn uit hoe dat nou zit met HIV/AIDS dissidenten.

Zijn column staat hier...

Eliza Jane Scovill died of an Allergic Reaction to Amoxicillin – Not AIDS

Christine Maggiore's dochter stierf niet aan AIDS, maar aan de gevolgen van een vorm van penicilline...!
Klik hier

COLUMNS

index:

beginselverklaring

Waar is het 'overstelpend bewijs'
Bij de dood van Christine Maggiore
HIV/AIDS en NRC
Gouden toekomst
Aids/ondervoeding
Kindergenocide
Hoe het begon
(Product) RED
wereld aids dag
$1.000.000 beloning
HIV aangeklaagd
Dokter > dealer
HIV-mutatie
HIV - testen?
Time to deliver?
'Gay Pride'
Risicovol beroep
Aids vs DDR
Herdenking
Claus Köhnlein
Thimerosal
Wereld aids dag
Graf van een kind

Derde Wereld: niet aids maar ondervoeding

Strijd tegen de verkeerde vijand

Ton Geurtsen
mei 2008

 

Het is dat we bij het woord aids tegenwoordig veelal aan de armen van deze wereld denken, anders zou het – met in Nederland nog geen vijftig doden per jaar – niet te verdedigen zijn dat het medisch establishment er wereldwijd tegen wordt gemobiliseerd. Wat is er waar van de veronderstelde aidsepidemie in Afrikaanse en andere arme landen? Waar baseert men de stelling op dat men er bij miljoenen aan sterft?

Er was nog niemand die had gehoord van hiv of aids, toen in het Westen al werd gesproken over het ‘afgeschreven’ continent Afrika. Het deel beneden de Sahara was niet alleen het strijdtoneel van gruwelijke oorlogen, maar ging ook gebukt onder extreme armoede, gebrekkige voorzieningen voor gezondheidszorg, het ontbreken van schoon drinkwater, besmettelijke ziektes en bovenal: ondervoeding. Deze situatie is sindsdien alleen maar in ernst toegenomen. Verhoging van ontwikkelingsgelden, het kwijtschelden van schulden, het afschaffen van bepaalde invoerrechten, grote inzamelingsacties: het heeft allemaal niet mogen baten. In de woorden van de econoom John Perkins: (1)

‘De verhouding tussen het inkomen van het vijfde deel van de wereldbevolking in de rijkste landen en dat van het vijfde deel in de armste landen is verschoven van 30 tegen 1 in 1960 naar 74 tegen 1 in 1995. Dat logenstraft de beweringen van organisaties als de Wereldbank en vertegenwoordigers van commerciële conglomeraten als zou in die periode de kloof tussen rijk en arm zijn geslonken.’

Vervolgens noemt hij twee cijfers: 24.000 doden per dag door honger en 30.000 kinderen per dag die sterven aan behandelbare ziektes. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) schatte voor de periode 2000-2002 het aantal ondervoede mensen wereldwijd op ruim 850 miljoen, van wie meer dan 95 procent buiten de rijke landen en het voormalige oostblok. Wanneer ook gekeken wordt naar tekorten aan vitaminen en mineralen, bedraagt dit aantal bijna twee miljard.
Het door groeiende ongelijkheid gekenmerkte economisch wereldsysteem is het kader waarbinnen we het ondervoedingsprobleem een plaats moeten geven. En het is precies dit probleem dat men tegenwoordig aanduidt als aids. Om dat te verduidelijken, is het nodig aandacht te besteden aan het menselijk immuunsysteem.

het immuunsysteem
Aids duidt op een aangetast immuunsysteem dat een mens vatbaar maakt voor een groot aantal ziekteverschijnselen. Terwijl leefstijl – in het bijzonder drugsgebruik – een belangrijke rol speelt in het rijkere deel van de wereld, hebben de problemen van de armen alles te maken met hun uitzichtloze situatie die structureel en internationaal van aard is. Alleen al om deze reden is het buitengewoon misleidend om aids in noord en zuid als een zelfde verschijnsel te zien. Bovendien worden de armen door heel andere aandoeningen van de aidslijst getroffen dan slachtoffers in het Westen. (2) Voorwaar een fabelachtige prestatie van het virus hiv dat voor aids verantwoordelijk wordt gesteld: het kiest, afhankelijk van de risicogroep waartoe je behoort, andere ziektes voor je uit.
Sinds het verlaten van het denken in termen van risicogroepen heet het officieel dat ‘iedereen’ gevaar loopt aids te krijgen, maar dat is toch wel een merkwaardig adagium als we bedenken dat er na meer dan 25 jaar nergens in de welvarende wereld een epidemie is uitgebroken. Waar men zich aan vastklampt, is dat in arme, vooral Afrikaanse landen wél sprake is van een massaal sterven dat het gevolg zou zijn van hiv. Dit virus is namelijk zó geraffineerd dat het, met het oversteken van de Europees-Afrikaanse grenzen, zich plotsklaps van zijn slechtste kant toont, van de weeromstuit heteroseksueel van aard wordt en zich representatief over de bevolking begint te verspreiden. Als we niet in science fiction willen geloven, ligt een eenvoudige gedachte voor de hand: wat men aids noemt treft specifieke risicogroepen om verschillende redenen en één van die groepen – de ondervoeden – is van een enorme omvang. Met hiv heeft dit alles niets van doen.
Het is niet moeilijk in te zien dat men in het arme deel van de wereld kampt met een veelal dramatisch slecht werkend afweersysteem. Ondervoeding maakt op zichzelf al snel ziek, maar is tevens wereldwijd verreweg de belangrijkste oorzaak van een zwakke immuniteit (3), zodat ziektes sneller en krachtiger toeslaan. Ons wordt verteld dat de ellende nu van heel andere aard is dan vroeger en aids moet heten. Maar aids betekent een verzwakking van het immuunsysteem dat al sinds jaar en dag ontstaat door ondervoeding.

de definitie van Bangui
We dienen vooral de eenvoudige vraag te stellen: hoe denkt men eigenlijk te weten dat de zieken in arme landen aids hebben?
Wat weinigen weten is dat al sinds 1985 het onaantastbare dogma van het aidsestablishment – hiv leidt tot aids – door haarzelf met voeten getreden wordt. In dat jaar spraken wetenschappers wereldwijd de zogeheten definitie van Bangui af, genoemd naar de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek waar zij bijeenkwamen. Daar besloten zij dat voor het stellen van een aidsdiagnose géén hiv-test vereist is. Terwijl volgens deze wetenschappers hiv en niets anders dan hiv aids veroorzaakt, menen zij dat aidsdiagnoses kunnen worden gesteld zónder te weten of er sprake is van hiv. Dat zou nog te begrijpen zijn vanuit de redenering dat door de gebrekkige infrastructuur in arme landen het praktisch ondoenlijk is om op grote schaal met tests te werken en men daarom beter naar de aandoeningen zelf kan kijken. Maar deze wetenschappers weten maar al te goed dat ze nog nooit een ‘aidspatiënt’ zijn tegengekomen met symptomen die specifiek zijn voor aids. Aids is namelijk, anders dan vaak te lezen valt, geen ziekte maar een analytische term die het gemeenschappelijke kenmerk aangeeft van in totaal 29 ziektes die sinds de definitieherziening van 1993 tot aids worden gerekend. Al deze ziektes stammen van (ver) voor het aidstijdperk, treffen ook allemaal seronegatieven, het ziektebeeld is hetzelfde als dat vroeger was en de symptomen ook. Het zijn deze symptomen die tot de conclusie leiden dat de betreffende personen aids hebben. Omdat deze echter altijd al voorkwamen, zijn ze per definitie ook symptomen van ondervoeding of andere reeds lang bestaande verschijnselen als vervuild water.

In Bangui maakte men onderscheid tussen hoofdsymptomen en bijkomende symptomen. Iemand krijgt een aidsdiagnose als deze twee hoofdsymptomen en één bijkomend symptoom heeft. Er zijn drie belangrijke hoofdsymptomen: gewichtsverlies, chronische diarree en chronische koorts. Tot de bijkomende symptomen behoren onder meer aanhoudend hoesten en algehele jeuk. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een persoon die hoest, koorts en diarree heeft, een aidsdiagnose krijgt. Een wel heel vergaande conclusie uit zulke alledaagse, zij het ernstige verschijnselen. De volgende voorbeelden kunnen illustreren wat dit betekent: (4)

  • Minder dan 50 procent van de Afrikaanse bevolking beneden de Sahara heeft toegang tot schoon drinkwater en meer dan 60 procent beschikt niet over sanitaire voorzieningen. De meeste Afrikaanse dorpen kennen geen rioleringssysteem, zodat menselijke en dierlijke uitwerpselen zich met het water mengen. Als mensen dit water drinken, krijgen zij besmettelijke parasieten en bacteriën binnen. Daardoor krijgen zij diarree, met bloed in de ontlasting – ofwel dysenterie. De aanwezigheid van deze parasieten en bacteriën leidt doorgaans tot koorts. Door de veelal chronische diarree worden vloeistoffen, zouten, mineralen en voedingsstoffen uit het lichaam afgevoerd, zodat de immuniteit drastisch verzwakt. Bovendien leidt chronische diarree tot gewichtsverlies. De hoofdsymptomen uit de definitie van Bangui die op aids zouden wijzen, zijn hier dus geheel verklaarbaar door het waterprobleem.
  • Een ander voorbeeld is tuberculose, een ziekte die volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2004 wereldwijd 1,7 miljoen doden veroorzaakte en die in Afrika wijd verbreid is. Deze bacteriële infectie die de longen aanvalt en zeer besmettelijk is, wordt door hoesten verspreid. De belangrijkste symptomen zijn koorts, gewichtsverlies -a- en hoesten -b-. Dat voldoet precies aan de aidsdefinitie van twee hoofdsymptomen -a- en één bijkomend symptoom -b-.
  • Jaarlijks overlijden zo’n één miljoen mensen aan malaria, een ziekte die wordt veroorzaakt door een parasiet die door muggen wordt overgebracht. Meer dan 90 procent van de slachtoffers valt in Afrika beneden de Sahara en verreweg de meeste van hen zijn kinderen onder de vijf jaar. De symptomen zijn onder meer koorts, gewichtsverlies en vermoeidheid. Iemand die malaria heeft, voldoet al aan de twee hoofdsymptomen (koorts en gewichtsverlies) en één bijkomend symptoom volstaat voor een aidsdiagnose.
  • Ook bij verscheidene andere ziektes kunnen gemakkelijk overlappingen ontstaan met symptomen die aan aids worden toegeschreven. Zo is ernstige diarree (aidshoofdsymptoom) met een daarop volgende verzwakking van het immuunsysteem (de betekenis van de term aids) het belangrijkste kenmerk van de bacteriële infectieziekte cholera. Schistosomiasis (bilharzia), overgebracht door een parasitaire worm, heeft als symptomen onder meer koorts, hoest, gewichtsverlies, diarree en dysenterie – die geheel voldoen aan de aidscriteria. Er zijn wereldwijd zo’n 200 miljoen mensen mee geïnfecteerd, van wie meer dan 80 procent in Afrika beneden de Sahara leeft.

Het kan nog erger, want in enkele landen, zoals Tanzania, kan de diagnose al worden gesteld wanneer iemand één hoofdsymptoom vertoont. (5) Het hebben van óf diarree óf koorts óf gewichtsverlies betekent dan aids.

De aidspolitiek ten aanzien van de Derde Wereld is dan ook geheel op drijfzand gebaseerd. Een test is niet nodig voor een aidsdiagnose en de uitingsvormen van aids maken een dergelijke diagnose onmogelijk.

hiv-raadsels
Het voorgaande wil niet zeggen dat er nooit getest zou worden, maar een positieve uitslag hoeft niet te betekenen dat men ‘hiv’ heeft. Tot op de dag van vandaag blijft het namelijk twijfelachtig of dit virus wel bestaat. Wetenschappelijk staat dat alleen vast als het virus volgens de daartoe geëigende methode in zuivere vorm is geïsoleerd. De meest rechthebbende om hier een oordeel over te geven, is de Franse viroloog Luc Montagnier. Hij en niet de Amerikaanse wetenschapper en beroepsoplichter (6) Robert Gallo, wiens lijn van denken binnen het aidsestablishment werd gevolgd, was de werkelijke ‘uitvinder’ van datgene wat men hiv ging noemen. In 1997 verklaarde hij echter: ‘Natuurlijk zochten we ernaar [naar hiv]. (...) Wij zagen een aantal partikels maar deze hadden niet de vorm die typisch is voor retrovirussen [waar hiv toe gerekend wordt]. (...) Ik herhaal: we zuiverden het niet.’ (7)
Minstens zo twijfelachtig is de betekenis van een positieve test. Ook als we er vanuit gaan dat hiv gewoon bestaat, betekent dat nog niet dat men het virus ook met de daarvoor beschikbare tests kan detecteren. Deze zijn namelijk niet specifiek, maar reageren op vele lichamelijke condities. De medische literatuur onthult talloze van dergelijke factoren die bij het afnemen van een test tot een seropositieve uitslag leiden. (8) Volgens de stand van zaken per april 2006 geldt dat voor 63 verschillende invloeden. Dat zijn neutrale zoals de natuurlijke aanmaak van anti-stoffen, positieve als zwangerschap, negatieve als het hebben doorlopen van een griep en levensbedreigende factoren als bepaalde tumoren. Voor de Derde Wereld is van belang dat een positieve uitslag onder meer het resultaat kan zijn van het hebben van malaria of tuberculose – te samen verantwoordelijk voor tussen de twee en drie miljoen doden per jaar. Een en ander wordt bevestigd door de bijsluiters van bedrijven die de tests ontwikkelden. Zo die van het bedrijf Abbott Labs, dat in 1985 als eerste met een dergelijke test kwam: ‘There is no recognized standard for establishing the presence or absence of HIV antibody in human blood’ (1997).
Er is ten aanzien van hiv nog meer twijfel, die het hart van de officiële theorie raakt. Er is namelijk, anders dan heilig wordt geloofd, geen bewijs dat hiv – aannemende dat het bestaat – ook seksueel overdraagbaar is. Er zijn diverse studies die lijken aan te tonen dat die overdracht helemaal niet plaatsvindt. De bekendste is de zogeheten Padian-study uit 1997. Deze betrof een tien jaar durende observatie van seksueel actieve paren die allen erkenden in deze periode seks te hebben gehad zonder een condoom te gebruiken. Het resultaat was dat niet één van de niet-geïnfecteerden in tien jaar tijd hiv opliep. Minder bekend is dat er ook in de Derde Wereld onderzoek is gedaan dat ondersteuning biedt aan de opvatting dat hiv niet via seksueel contact wordt overgedragen. Zo werden in 2003 de resultaten gepubliceerd van een onderzoek (9) onder 15.000 mensen in de Masaka regio in Oeganda, die werden voorgelicht over ‘veilig vrijen’ en aan wie condooms werden verschaft. De campagne leidde uiteindelijk tot een duidelijke afname van het aantal seksuele partners en een aanzienlijke vermindering van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen als syfilis en gonorroe. Het aantal nieuwe hiv-infecties daalde echter niet, hetgeen opnieuw wijst op de waarschijnlijkheid dat een positieve testuitslag geen verband houdt met seksueel gedrag. Anders gezegd: er bestaat dan niet zoiets als ‘hiv-positief’.

armoede, ondervoeding en seks
Laten we de officiële aidsopvatting het voordeel van de twijfel geven. Vooruit: hiv bestaat, is detecteerbaar en seksueel overdraagbaar. Dan nog gaat men met de opvatting dat het massaal ziek worden en sterven in de Derde Wereld door ‘onveilige seks’ wordt veroorzaakt, compleet de mist in.
Ongeveer 90 procent van degenen die wereldwijd zouden lijden aan aids, leeft in ontwikkelingslanden. Voor alleen de Afrikaanse landen beneden de Sahara ligt dit percentage rond de 75 procent. De voor de hand liggende vraag is, hoe dat komt. Als aids wordt veroorzaakt door een seksueel overdraagbaar virus, dan moet men er wel van uitgaan dat de armen, in het bijzonder de zwarten in Zuidelijk Afrika, geen zelfbeheersing kennen: de mannen zijn erg promiscue en willen niet aan het condoom. Dit blijkt echter in het geheel niet op feiten te berusten: wetenschappelijke publicaties laten zien dat de hele redenering over de viriele Afrikaan een mythe is.
Het door UNAIDS, het officiële VN-aidsprogramma, geschatte aantal aidsdoden bedroeg in 2005 wereldwijd 2,8 miljoen. (10) Van hen kwamen er 2,0 miljoen uit Afrika beneden de Sahara, dat wil zeggen ongeveer 71 procent. We kunnen, ondanks het ten onrechte op één hoop gooien van hiv en aids, ook kijken naar het percentage van de bevolking dat volgens de officiële terminologie ‘hiv/aids’ heeft. In Afrika beneden de Sahara wordt dat percentage geschat op 6,1 procent van de bevolking, op zéér verre afstand gevolgd door het Caribisch gebied (1,6 procent). De rest van de wereld zit onder de 1 procent.
Om het immense verschil met welvarender gebieden in de wereld te verklaren, moet men wel een bovenmenselijk actief seksueel gedrag in de Afrikaanse regio veronderstellen. Zelfs als het waar zou zijn dat men in dit gebied veel vaker onbeschermde seks heeft, is het verschil in aantallen slachtoffers menselijkerwijs véél te groot om door dit ‘onveilig vrijen’ verklaard te kunnen worden. Maar het is nog veel sterker dan dat: in werkelijkheid ligt het aantal seksuele contacten in dit armste deel van de wereld lager dan in de meeste andere landen. En de frequentie van deze contacten is een graadmeter voor de veronderstelde kans op besmetting waardoor een ‘aidsepidemie’ zou zijn ontstaan.
In een van de beschikbare overzichten uit de literatuur (11) wordt aangegeven hoeveel procent van de (ongetrouwde) jongeren van beide geslachten in de leeftijdscategorie van vijftien tot negentien jaar ‘seksuele gemeenschap’ heeft gehad. De cijfers stammen uit de periode 1991-1995, waarbij achter elk land het percentage van de jongens respectievelijk meiden wordt genoemd.

Groot-Brittannië (1991) 62 - 49
Brazilië (1996) 61 - 16
Verenigde Staten (1995) 55 - 42
Dominicaanse Republiek (1996) 45 - 4
Haïti (1994-1995) 44 - 12
Tanzania (1996) 38 - 24
Mali (1995-1996) 32 - 16
Ghana (1993) 31 - 37
Zimbabwe (1994) 31 - 9

Deze gegevens laten zien dat men er in de rijkere landen duidelijk sneller bij is dan in arme landen, ook de Afrikaanse. Andere cijfers, zoals van de gemiddelde leeftijd waarop men de eerste seksuele ervaring opdoet, bevestigen dit beeld. In een omvangrijker onderzoek van november 2006 dat werd gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet (12), werd eenzelfde conclusie getrokken. Uit gegevens van 59 landen bleek dat de meeste mensen het laatste jaar één seksuele partner hadden. Het aantal personen dat aangaf meerdere seksuele partners te hebben gehad, lag echter veel hoger in de welvarende landen dan in Afrikaanse landen. Van degenen zonder vaste partner meldde in Afrika tweederde recentelijk seks te hebben gehad, maar in de rijkere landen lag dat op driekwart. De associatie tussen veelvuldige onbeschermde seks en het krijgen van aids wordt hier totaal onderuit gehaald, want op basis van de cijfers zou men verwachten dat het massale sterven niet in de Derde Wereld, maar in onze contreien zou plaatsvinden. Het is echter wel de grondslag voor de hele aidspolitiek ten aanzien van de Derde Wereld. Een veel plausibeler verklaring ligt dan ook in de relatie tussen wat men aids noemt en de enorme armoede in het zuidelijke deel van de wereld. Het is een onomstreden feit dat Afrika beneden de Sahara het op afstand armste gebied ter wereld is en het massaal sterven van de honger verreweg het meest in dit werelddeel voorkomt. In de zogeheten Human Development Index (HDI) van de VN komen juist deze landen er slecht af. Aan de hand van criteria als armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting wordt jaarlijks een ranglijst opgesteld. Van de minst ontwikkelde 25 landen lagen er in 2005 24 in Afrika beneden de Sahara (13) en van de negentien hongersnoden die de wereld kende in de periode 1975-1998 deden achttien zich voor in Afrika. (14)

de toename van ziekte en sterfte
We zijn tegenwoordig zo gewend om bij de Derde Wereld aan hiv en aids te denken, dat het voor velen niet meer voorstelbaar lijkt dat andere oorzaken ten grondslag liggen aan toenemende ziekte- en sterftecijfers. Zo kunnen we regelmatig horen over het groeiend aantal ‘aidswezen’, een nieuwe categorie slachtoffers waarmee de indruk wordt gewekt dat er vóór het aidstijdperk niet een groot aantal kinderen zonder ouders zou zijn geweest. Ook zouden er omgekeerd steeds meer kinderen aan aids sterven, alsof massale kindersterfte een nieuw verschijnsel zou zijn. Deze oude verschijnselen zijn eenvoudigweg her-geïnterpreteerd onder de paraplu-naam aids. De toename ervan kan echter evenzeer verklaard worden aan de hand van reeds lang bekende oorzaken voor een ingestort immuunsysteem. Een aantal van deze factoren wordt nu besproken. (15)

Allereerst moet met nadruk worden gewezen op het chronische probleem van de overbevolking. Het aantal inwoners op deze planeet is binnen de laatste 45 jaar verdubbeld. Cijfers over absolute aantallen aidsslachtoffers, zoals die meestal in de media worden gegeven, verhullen dan ook het voor de hand liggende feit dat met een sterk groeiende bevolking de aantallen slachtoffers vanzelf toenemen. Eerlijkheidshalve moet daar wel aan worden toegevoegd dat ook de toegenomen sterfte door ondervoeding in die zin geflatteerd is, omdat deze eveneens in relatie moet worden gezien tot de groei van de bevolking. Desondanks geven de cijfers van de jaren zeventig tot negentig van de vorige eeuw aan dat er in absolute termen sprake is van achteruitgang.

In de jaren tachtig, het decennium waarin de veronderstelde aidsepidemie vooral Afrika beneden de Sahara in haar greep kreeg, was in dit gebied sprake van een afnemende voedselproductie per hoofd van de bevolking. Daarin speelde onder meer de droogte een rol, die de bevolkingen met uithongering bedreigde en haar oorsprong vond eind jaren zestig. De droogte periode duurde veel langer dan daarvoor het geval was, namelijk zo’n zeventien jaar. De voedselproductie herstelde zich in de loop van de jaren negentig, maar het niveau per capita lag in 1997 nog altijd 1,5 procent lager dan in 1970. In deze periode daalde de dagelijkse beschikbaarheid per hoofd aan calorieën en eiwitten met meer dan 4 procent. Daar komt bij dat in de eerste helft van de jaren tachtig ook de uitgaven voor gezondheidszorg daalden in de helft van het aantal Afrikaanse landen waarvan gegevens beschikbaar zijn.
Tussen 1988 en 1992 daalde het bruto binnenlands product (bbp) met ongeveer 1 procent per jaar en daalde de consumptie per hoofd van de bevolking in 23 van de 41 Afrikaanse landen beneden de Sahara. In 2001 was in 24 van deze landen het inkomen per hoofd lager dan het in de jaren zeventig en tachtig was.
Voorts nam de frequentie van potentieel levensbedreigende ziektes toe. Dat geldt voor het aantal gevallen van tuberculose, terwijl parasitaire ziektes – naast schistosomiasis ook filariasis en slaapziekte – eveneens vaker vóórkwamen.

slot
Ondervoeding is het sleutelbegrip in het functioneren van het immuunsysteem omdat ze leidt tot ziekteverschijnselen op grote schaal. Omdat de symptomen daarvan geheel samenvallen met wat men aids noemt, vervalt elke noodzaak om ‘aids’ te lijf te gaan. Door ondervoeding aan te pakken, herwint het immuunsysteem zijn normale kracht en kunnen ziektes daadwerkelijk bestreden worden. Dan kan ook de toestand van ‘aids’, dat wil zeggen een ondermijnd immuunsysteem, overwonnen worden.
Het bewijs dat met eenvoudige maatregelen de ondervoeding bestreden kan worden, is overtuigend geleverd. (16) Vooral onder kinderen zijn de resultaten indrukwekkend, zoals kan blijken uit de campagne van het Kinderfonds van de Verenigde Naties, Unicef (17) (dat overigens het officiële aidsstandpunt volgt). Bijna een miljoen kinderen kon in de periode 1998-2001 het leven worden gered door het verrijken van voedingsmiddelen of de distributie van voedingssupplementen. Voorbeelden zijn het toevoegen van jodium aan zout of het suppleren van vitamine A of het mineraal ijzer. Deze maatregelen zijn gemakkelijk toepasbaar en goedkoop. Zo kost een vitamine A-capsule 0,02 dollar, waarmee een effectief antwoord wordt gegeven op de dood van een miljoen kinderen per jaar als rechtstreeks gevolg van een tekort aan deze vitamine.
Uit financieel-economisch oogpunt zijn dergelijke voedingsmaatregelen nauwelijks interessant. Het is een schril contrast met de lucratieve miljardenhandel die rond hiv-remmers is opgezet. Zoals het in 2006 overleden hoofd van het departement gezondheidszorg van de Medische Universiteit van Zuid-Afrika Sam Mhlongo het formuleerde: ‘De link tussen HIV en Aids is niet bewezen. Ik zou willen dat de ‘orthodoxe’ wetenschappers erkenden dat er in Afrika 29 (...) ziektes voorkomen die lijken te wijzen op aids, maar die gerelateerd zijn aan armoede. Maar zij zullen dit niet accepteren omdat armoede geen grote geldsommen voor hen genereert.’

Dit artikel verscheen eerder in Kleintje Muurkrant nr. 431, 11 april 2008

Reageren op dit artikel? Klik hier.

1. NRC-Handelsblad, 25 maart 2006.
2. Bijvoorbeeld: Kaposi’s sarcoma kwam veel voor onder homoseksuelen (en wordt veelal in verband gebracht met intensief poppersgebruik), niet onder hemofiliepatiënten. Homo’s hadden weer niet te lijden van tuberculose dat juist de intraveneuze drugsgebruikers trof. Deze laatste ziekte doet zich in de Derde Wereld op epidemische schaal voor, maar niemand zal beweren dat die miljoenen mensen het door geïnjecteerde drugs hebben gekregen.
3. ‘On a global scale, probably the leading cause of increased host susceptibility to infection is malnutrition’, zo schrijven J. Glenn Morris, Jr. and Morris Potter in ‘Emergence of New Pathogens as a Function of Changes in Host Susceptibility’, Emerging Infectious Diseases vol. 3 nr. 4. Te lezen in http://www.cdc.gov/ncidod/eid/vol3no4/morris.htm
4. Hier is gebruik gemaakt van informatie uit het interview dat journalist Liam Scheff hield met aidsonderzoeker Rodney Richards en met Christian Fiala, een specialist verloskunde en gynaecologie die werkte in Oeganda en Thailand: ‘Treating Poverty with Toxic Drugs’ (4 juni 2003) in http://www.trinicenter.com/modules.php?nam...rticle&sid=1072
5. Christian Fiala, Aids In Africa. The Ugandan example’ (1998) in http://www.virusmyth.net/aids/data/chrfafrica.htm
6. John Crewdson, Science Fictions: A Scientific Mystery, a Massive Cover-up, and the Dark Legacy of Robert Gallo (Boston 2002).
7. Djamel Tahi, ‘Did Luc Montagnier Discover HIV?’ (interview) in: Continuum Winter 1997.
8. Christine Johnson,Whose Antibodies are they anyway? Factors Known to Cause False Positive HIV Antibody Test Results’ in: Continuum Sept./Oct. 1996; Roberto A. Giraldo en Etienne de Harven, ‘Hiv tests cannot diagnose hiv infection’ in: http://www.reviewingaids.org/awiki/images/...fection.pdf2006
9. Zie: http://sandiego.indymedia.org/en/2003/04/5203.shtml
10. UNAIDS, 'Report on the global AIDS epidemic 2006'. Zie http://www.unaids.org/en/HIV_data/2006Glob...ort/default.asp, hoofdstuk 2, figuur 2.3 (p. 13).
11. Eileen Stillwaggon, Aids and the Ecology of Poverty (New York 2006), p. 21-22.
12. The Lancet 2006; 368:1706-1728.
13. Op plaats 25 van onderen volgt Haïti. Terzijde zij opgemerkt dat het nu juist immigranten vanuit dit land waren die oorspronkelijk als risicogroep voor aids werden beschouwd. Het is toch ook hier bepaald fantasievol om niet te denken aan armoede en ondervoeding, maar aan seks.
14. Stillwaggon (2006), p. 72.
15. Een aantal gegeven cijfers zijn ontleend aan Stillwaggon (2006), p. 71-78.
16. Zie Kleintje Muurkrant, nr. 393: ‘Vitaminen-mineralentekort. Massale sterfte in Derde Wereld’. Een lichtend voorbeeld is de medische zorg die in Zuid-Afrika wordt verleend door de Nederlandse verpleegkundige Tine v.d. Maas (http://www.youtube.com/profile_videos?user=Alunine&p=r). Er zijn talloze onderzoeken die laten zien dat voeding of voedingsuppletie de kans op wat aids wordt genoemd drastisch verlagen. Zie bijvoorbeeld: ‘Vitamins may delay development of AIDS’ in The Associated Press, 30 juni 2004. Een lange lijst van onderzoeken is onder meer te vinden in http://groups.msn.com/aidsmythexposed/gene...525689679349070 (bericht 45).
17. Unicef/The Micronutrient Initiative, Vitamin & Mineral Deficiency. A global progress report. New York/Ottawa, 2004.

zo maar een citaat
 

Weet jij wat je slikt?

Komt je internist met een nieuw voorstel? Kijk dan éérst hier!


Tine van der Maas doet er wat aan! Verbluffende filmfragmenten.

Nederlands ondertiteld!

Met dank aan...

Ton Geurtsen, voor het vertalen van al die citaten onderaan elke pagina.

© 2005-2008 Copyright Andere Kijk – alle rechten voorbehouden – ontwerp en bouw door Gert Brax
Deze website wordt niet gesponsord door de farmaceutische industrie