| Hoe het allemaal begon
Wilhelm Godschalk
mei 2005
Ik geef toe, ik had het allemaal kunnen voorzien. Al in de zeventiger jaren,
toen ik vaak in contact kwam met leden van de 'gay' wereld. Daar hoor ik zelf
niet bij, maar ze waren vooral in die tijd zo alomtegenwoordig dat je ze eenvoudig
niet kon missen. En waarom zou het ook anders zijn? De tijden dat ze zich voor
de buitenwerld verborgen moesten houden waren definitief voorbij. Dus die jongens
maakten plezier! Dat deed ik ook wel, maar naar mijn idee overdreven ze het toch
wel een beetje. Er werd veel te veel gedronken, en ze gebruikten drugs (cocaine,
amphetamines, poppers) waardoor ze dagenlang achter elkaar door konden feesten,
zonder slaap. Bovendien gebruikten ze antibiotica als prophylaxe (!) Elke dag
zo'n pilletje; dan hoef je niet steeds naar de dokter omdat je weer eens een
druiper hebt... Een wel heel domme redenering! Krijg nou eerst die druiper maar
eens, en ga dan naar de dokter. Die steekt een naald in je billen (een dikke
als hij de pest aan je heeft omdat zijn seksleven saaier is dan het jouwe), en
alles is weer jofel.
Ik vond deze levensstijl eigenlijk een aanslag op de prachtige machine die het
menselijk lichaam toch is. Maar ach... Laat die mensen toch. Preken gaat me niet
zo goed af.
Naar zich laat raden, bleven de gevolgen niet uit. Als je je lichaam eens een
keertje slecht behandelt, dan herstelt het zich wel weer. Maar chronisch misbruik
heeft op de duur kwade gevolgen. Dat bleek wel toen, o.a. in California en New
York, enige homo-jongeren ernstig ziek werden. Vijf er van vielen in handen van
een zeker dokter Michael Gottlieb. Onthoud die naam en berg hem op in het vakje
van je geheugen met het opschrift "Schurken uit de Wereldgeschiedenis".
Voor een van de slachtoffers was de consultatie posthuum, want hij was al een
maand lang overleden. Bij een van de anderen werd per telefoon (!) een diagnose
gesteld van Pneumocystis carinii. Dat is een microscopische schimmel die in je
longen leeft. Normaal heb je daar geen last van, maar in een verzwakt lichaam
kan het longontsteking veroorzaken. Kinderartsen zijn goed bekend met deze ziekte,
die al optreedt bij kinderen onder de 4 jaar. Bij gezonde volwassenen is het
een zeldzaamheid. Maar dokter Gottlieb maakte er iets moois van: Een infectie
die alleen bij homo's aanslaat! (Zou de man iets tegen homo's hebben? Zulke mensen
zijn er wel, in de V.S. en in Iran en Saoedi-Arabië). Een tweede medische
conditie die bij veel seksueel actieve homo's werd aangetroffen was Kaposi sarcoom,
meestal rond de mond. Het is een tumor van het bindweefsel onder de huid. Als
we even bedenken dat deze mensen heel veel 'poppers' gebruikten (kleine ampullen
met butyl- of amynitriet), die de immuniteit verlagen en in het algemeen een
schadelijke oxidatieve werking hebben, dan is dit niet zo verwonderlijk. In elk
geval heeft Dr. Gottlieb dus op basis van een handjevol patienten een nieuwe
ziekte uitgevonden die later AIDS zou gaan heten, toen de grote farmaceutische
industrie er brood in zag, en er een 'epidemie' van maakte.
Goed, de ziekte was dus uitgevonden. Hoe nu verder? Nu moest er nog een oorzaak
gevonden worden. Wel, zoals ik al eerder geschreven heb, had Robert Gallo nog
een (gejat) viruspreparaat op de plank liggen (zo wil de overlevering), en zo
werd hij de uitvinder van het HIV. (Nog een naam voor het "Schurken uit
de Wereldgeschiedenis" vakje) Maar over Gallo heb ik al eerder geschreven.
Nu konden de farma-bedrijven aan de slag. Die hadden ook nog iets op de plank
liggen: AZT (3' Azido Thymidine). Dit spul was al in 1964 voor het eerst gesynthetiseerd
door Jerome Horowitz. Het bleek echter veel te giftig voor kanker chemotherapie,
en werd voor dat doel nooit goedgekeurd. De firma Burroughs Welcome (Nu GlaxoSmithKline)
kocht in de tachtiger jaren de formule op, slaagde er op slinkse wijze in om
het goedgekeurd te krijgen door de Amerikaanse overheid, en zette zich lustig
aan het moorden.
In 1988 waren al deze ontwikkelingen aan mij voorbij gegaan. Voor mij was
AIDS zoiets van: "O, ze hebben weer eens een nieuwe ziekte. Nou 't zal allemaal
wel..." Erg dom natuurlijk, want ik had onmiddellijk moeten inzien dat een
virus dat kan zien of iemand homoseksueel is, een idioot idee is. Bovendien is
het type virus wat voor deze klus uitverkoren werd, nl. een retrovirus, nou net
de alleronwaarschijnlijkste keuze die men had kunnen maken. Alleen een viroloog
van janblotereet zou op dat idee komen. Maar daarover zullen we het later hebben.
Aan mijn ongeïnteresseerde onwetendheid kwam meteen een einde toen ik in
The Wall Street Journal een artikel las van Katie Leishman. Nu ging mij opeens
een licht op! Er was iets ernstig mis met al die AIDS bangmakerij! Ik sloeg aan
het lezen in de 'officiële' wetenschappelijke literatuur, en vond... bullshit,
bullshit, bullshit! Hier is een Nederlandse vertaling van het artikel dat mijn
wereldje op zijn kop zette:
Het AIDS debat dat er niet is
door Katie Leishman
Verleden week hield de Presidentiële commissie voor
de HIV epidemie een serie hoorzittingen in New York. Onder de getuigen bevond
zich Peter Duesberg, hoogleraar in de Virologie aan de Universiteit van California
te Berkeley, een van 's werelds meest vooraanstaande retrovirologen en lid van
de National Academy of Sciences. Professor Duesberg legde uit waarom hij niet
gelooft, zoals de meerderheid van de AIDS onderzoekers, dat de ziekte wordt veroorzaakt
door HIV, een retrovirus ontdekt in 1983. Volgens de heer Duesberg is het virus-model
voor AIDS in tegenspraak met te veel basisprincipes van de Virologie. HIV wordt
geacht T4 cellen te vernietigen; de infanteristen van het immuunsysteem van het
lichaam. Maar retrovirussen, zo werpt Duesberg tegen, vernietigen geen cellen.
Bovendien, zo zegt hij, infecteert HIV minder dan tienduizend tot honderdduizend
cellen, die door het lichaam gemakkelijk in één dag vervangen kunnen
worden. Wanneer het virus op zijn actiefst is, veroorzaakt het geen AIDS symptomen,
terwijl, wanneer er AIDS symptomen verschijnen, het virus, vreemd genoeg, niet
actief is. Prof. Duesberg merkt verder op dat er geen enkel ander virus, zelfs
geen enkele andere ziekteverwekker, bekend is die op deze manier een ziekte veroorzaakt.
In het jaar sinds de heer Duesberg voor het eerst zijn theorieën naar voren
bracht in een publicatie in Cancer Research, hebben de vooraanstaande AIDS onderzoekers
unaniem geweigerd tegenargumenten te leveren, ondanks verzoeken daartoe door
universiteiten en persforums zoals het "MacNeil/Lehrer NewsHour". Zij
zijn wel bereid geweest om uitvoerig hun stilzwijgen te rechtvaardigen. Anthony
Fauci, coordinator voor AIDS onderzoek aan de National Institutes of Health verklaarde
onlangs op National Public Radio: "Bekritisering van een twijfelachtige
theorie zou tijd wegnemen van meer produktieve bezigheden". Een door het
White House georganiseerde conferentie ("Hoe veroorzaakt HIV AIDS?"),
waaraan de heer Duesberg zou deelnemen, werd abrupt afgelast toen geen enkele
AIDS researcher van de National Institutes er aan wilde meewerken. Duesberg heeft
zijn ideeën in de belangstelling gehouden door zo nu en dan radio-interviews
te geven, en door spreekbeurten aan de universiteit. Hij verscheen ook even op
CNN.
Prof. Duesberg was uitgenodigd door de Presidentiële Commissie om te spreken,
alhoewel een staflid van een van de gecommitteerden volmondig toegaf dat de heer
Duesberg alleen maar "uitgenodigd was om hem ongeloofwaardig te maken." Nergens
was dit duidelijker dan in de behandeling die hij kreeg van Gevolmachtigde Frank
Lilly, hoofd van het department of genetics van het Albert Einstein College of
Medicine. Aan het eind van Duesberg's getuigenverklaring, de heer Lilly merkte
op: "U heeft, zoals gewoonlijk, een heel charmante presentatie gegeven...
Ik zou willen voorstellen dat u misschien eens ons doctoraalcollege over diervirussen
zou kunnen volgen." Dat openingssalvo wekte de verwachting dat Lilly op
het punt stond om de vloer aan te vegen met de heer Duesberg. De antwoorden van
de heer Lilly op Duesberg's argumenten bevatten evenwel verscheidene vreemde
verklaringen. (Zijn bewering dat de oorzakelijke rol van het poliovirus pas bewezen
was toen er een vaccin tegen was ontdekt deed het publiek, bestaande uit artsen
en wetenschappelijke onderzoekers, alsmede gay activisten, even vreemd opkijken.
Er bestond namelijk al een op dierproeven berustend infectiemodel lang voor het
vaccin er was). Lily vermeldde ook dat het hepatitis virus, hoewel inactief in
het verloop van de ziekte, zelfs 20 jaar later leverkanker kon veroorzaken. De
heer Duesberg vroeg of hij dit punt mocht beantwoorden, en kreeg ten antwoord
dat dat niet mocht. In werkelijkheid is de relatie tussen het virus en kanker
volkomen speculatief.
De heer Lilly gaf toe dat de onderzoekers geen definitief mechanisme hebben gepresenteerd
volgens welk HIV het immuunsysteem vernietigt, en dat retrovirussen volgens het
boekje geen cellen doden. Midden in zijn opsomming zei hij: "U zou gelijk
kunnen hebben. Er is een kleine mogelijkheid dat HIV geen AIDS veroorzaakt. De
bewijzen zijn tot dusver indirect." Deze opzienbarende concessie verhinderde
niet dat een ander lid van de commissie, William Walsh, voorzitter van Project
Hope, zich in de strafoefening mengde. Hij vermaande de heer Duesberg om zijn
meningen te beperken tot het professionele circuit, en de "wetenschappelijke
integriteit" te hebben om niet in televisieprogramma's te verschijnen "tot
u iets degelijkers te zeggen hebt." Dr. Walsh voegde hier aan toe: "Breng
het volk niet in verwarring. Veroorzaak geen twijfel bij de arme mensen die aan
deze ziekte lijden".
Of de heer Duesberg nu gelijk heeft of niet, er is niets verwarrends aan zijn
stellingname. Bovendien is de suggestie dat het publiek en de patienten beschermd
moeten worden tegen twijfel niet alleen arrogant, maar lichtelijk sinister. Amerika
besteedt een miljard dollar aan research onder de aanname dat HIV de oorzaak
is van AIDS, en behandelt patienten met AZT - een van de gifstigste, en toch
haastig goedgekeurde, medicamenten die ooit vrijgegeven zijn.
De commissie hoorde ook getuigenverklaringen over het gebruik van AZT als prophylaxe
voor mensen die geïnfecteerd zijn met HIV, maar wel in goede gezondheid
verkeren, een handelwijze die in Dr. Duesberg's ogen grenst aan het onverantwoordelijke.
AZT blokkeert de produtie van DNA in de cel, zowel van het virus als van de cel
zelf. Toch, zoals Duesberg de commissie vertelde, heeft niemand ooit de produktie
van viraal DNA aangetoond in een AIDS patient. Alles wat men met zekerheid weet
is dat de drug gezonde cellen doodt. Het enige waarover het publiek geen twijfels
hoeft te hebben is risico-gedrag i.v.m. AIDS, wat weer niets te maken heeft met
de vragen van Dr. Duesberg. Wat betreft de verwarring voor de patienten, is het
duidelijk dat hun "recht om te weten" ook inhoudt het recht tot alle
informatie dat verband houdt met hun keuze van behandeling.
De heer Duesberg wordt vaak uitgedaagd: "Als HIV niet de oorzaak is, wat
dan wel?" Hij antwoordt dat zijn deskundigheid hem slechts toelaat om te
zeggen wat AIDS niet is. Hij krijgt ook vaak vragen over de groeiende stapel
epidemiologische bewijzen die syphilis en AIDS aan elkaar verbinden. Klinieken
voor geslachtsziekten in diverse grote steden melden een toename van syphilis
in heteroseksuelen van bijna 100% in één jaar - Na een daling van
20 jaar. De syphilis die we nu zien is buitengewoon agressief, en vele functionarissen
in de gezondheidszorg speculeren over deze nieuwe golf, en het mogelijke verband
met het verschijnen van AIDS in de door syphilis geteisterde homo-gemeenschap
van bijna tien jaar geleden.
Dr. Duesberg acht het niet onmogelijk dat syphilis een sleutelrol zou kunnen
spelen in vele gevallen van AIDS. Maar, zoals hij getuigde, hij denkt niet dat
er een enkel pathogeen bestaat dat alle ziektebeelden kan verklaren in de definitie
van AIDS volgens de Centers of Disease Control.
Het is ontstellend dat we nu Dr. Duesberg's ideeën pas te horen krijgen,
zo'n 7 jaar nadat de epidemie begon, maar dat kan geen rechtvaardiging zijn voor
de manier waarop die werden behandeld. Het AIDS onderzoek is gebaseerd op de
aanname dat alles waar we nog op wachten is een geneesmiddel. Maar de druk om
alles uit de kast te halen voor wat op dit moment veelbelovend lijkt heeft een
orthodoxie gecreëerd waarop geen kritiek uitgeoefend mag worden.
Ms. Leishman, een freelancer, heeft vaak over AIDS geschreven
voor Atlantic Magazine
-o-
Hier ben ik zelf weer:
Let wel dat dit artikel stamt uit 1988. Men nam toen nog voetstoots aan dat HIV
bestaat. Tegenwoordig trekken we zelfs dat in twijfel. Maar voor mij was dit
het begin. Toen ik las hoe schandalig Dr. Duesberg, een autoriteit van wereldformaat
op het gebied van retrovirussen, werd behandeld door een stelletje gajes dat
nog niet eens getalenteerd genoeg was om zijn schoenen te poetsen, ontstak ik
in grote woede. Woede omdat de wetenschap is verworden tot een spelletje voor
geldgraaiers, baantjesjagers, en duistere figuren die denken dat het verminderen
van de wereldbevolking tot hun bevoegdheden behoort. En die woede is nog lang
niet voorbij... |