EEN ANDERE KIJK OP HIV, AIDS, OORZAKEN, BEHANDELINGEN EN GEVOLGEN

Nieuw op de site:

Waar is het 'overstelpend bewijs'
Bij de dood van Christine Maggiore
HIV/AIDS en het NRC
Gouden toekomst
Aids of ondervoeding?
Kindergenocide
Hoe het begon
(Product) RED
Wereldaidsdag
$1.000.000 beloning

Actueel

Beginselverklaring

Dr. Wilhelm Godschalk legt nog eens haarfijn uit hoe dat nou zit met HIV/AIDS dissidenten.

Zijn column staat hier...

Eliza Jane Scovill died of an Allergic Reaction to Amoxicillin – Not AIDS

Christine Maggiore's dochter stierf niet aan AIDS, maar aan de gevolgen van een vorm van penicilline...!
Klik hier

HI VIRUS

index:

pseudowetenschap
hypothese/geloof 1
hypothese/geloof 2
bashing duesberg 1
bashing duesberg 2
eliza jane
vogelgriep 2
vogelgriep 1
het begin
shitwetenschap
verborgen kanten 1
verborgen kanten 2
smon
publieke opinie
hagen / duesberg
lymfeklieren
aids-dokter

Van Hypothese naar Geloof

Ton Geurtsen
eerder gepubliceerd in Kleintje Muurkrant

 

Deel 1: De oorsprong van het aids-mysterie

Wie de gangbare opvatting bestrijdt als zou aids worden veroorzaakt door het hiv-virus, merkt al snel hoe weinig dit op prijs wordt gesteld. Maak een opmerking in die richting bij een discussie op een website, bij de hiv-vereniging, tegenover een internist en waar al niet en doorgaans begint de strontkar te rijden. Als je ‘geluk’ hebt, word je genegeerd, als je pech hebt als een onbenul beschouwd of ervan beschuldigd mensenlevens op het spel te zetten. De zogeheten hiv-aids-hypothese is geworden tot een onaantastbaar geloof met fundamentalistische trekken. Wie er aan zit, is een godslasteraar.

‘Het hiv-veroorzaakt-aids-dogma vertegenwoordigt het grootste en misschien het moreel meest destructieve bedrog dat ooit is begaan ten aanzien van jonge mannen en vrouwen in de westerse wereld. (…) Ik voel dat het zwijgen van wetenschappers tegenover al deze twijfel neerkomt op criminele nalatigheid.’
Charles Thomas, moleculair bioloog en voormalig hoogleraar biochemie aan de universiteiten van Harvard (Cambridge) en John Hopkins (Baltimore).

‘Om de gekochte consensus te verdedigen gebruiken hiv-onderzoekers statistische methoden (…) die foutief zijn en voeren zij experimenten uit zonder controlegroepen. Zij verwarren oorzaken en gevolgen, correlaties en causale verbanden, constanten en variabelen. En het belangrijkste: ze hebben geen einde gemaakt aan aids. Wat ze succesvol hebben gedaan is angst introduceren in seksuele relaties.’
David Rasnick, biochemicus universiteit Berkeley, California

‘Menselijke wezens zitten vol met retrovirussen. We weten niet of het er honderden, duizenden of honderdduizenden zijn. (…) Maar ze hebben nog nooit iemand gedood. Mensen hebben retrovirussen altijd overleefd.’
Kary Mullis, biochemicus en Nobelprijswinnaar scheikunde 1993


Aids kan alleen worden begrepen door de ontstaansgeschiedenis ervan in ogenschouw te nemen. Begin jaren tachtig viel het artsen in de Verenigde Staten – en al snel ook elders – op dat er homoseksuelen waren die met een gelijkend klachtenpatroon medische hulp zochten. Zij hadden snel last van infecties en werden voornamelijk door twee ernstige aandoeningen getroffen: Kaposi’s sarcoma (een kanker in de bloedvaten onder de huid) en de PCP-variant van longontsteking. Velen van hen stierven in de loop van dit decennium.

Tot 1984 was het gangbaar dit te wijten aan leefstijlfactoren. Het ging om mannen met honderden of duizenden seksuele contacten binnen een relatief kort aantal jaren en met een intensief drugsgebruik. Drugs stonden ten dienste van het aantal en de intensiteit van de seksuele ervaringen. Het gebruik lag onder homoseksuelen in de leeftijdscategorie van globaal 20-50 jaar een stuk hoger dan gemiddeld. Er waren ook veel soorten drugs, in de VS meer dan 70, in omloop. Er werden party’s georganiseerd waarop verscheidene drugs door elkaar gebruikt werden, de hele avond of nacht door. Men deed snel infecties op en bestreed die met antibiotica, vaak ook preventief. Geslachtsziekten kwamen veelvuldig voor. Er waren drugs als cocaïne, die gebruikers de eetlust ontnam zodat ondervoeding optrad. Sommigen deden aan fistfucking (vuistneuken) waarbij bovenop het gangbare arsenaal aan middelen ook pijnstillers werden gebruikt en vasten een manier was om aan deze vorm van seks te kunnen doen. Bepaalde drugs als amfetamine maakten het mogelijk om enkele dagen vrijwel zonder slaap in een feestroes te blijven. Eén drug ontwikkelde zich tot een specifieke ‘homo-drug’, namelijk de risicovolle poppers die orgasmen intenser maken en anaal seksueel contact vergemakkelijken.

wetenschap per persconferentie
Het is niet moeilijk in te zien dat wie jaren zo leeft een keer het lootje legt. Maar op 23 april 1984 werd resoluut een einde gemaakt aan de leefstijlhypothese. Deze werd in de loop van de jaren tachtig opnieuw in stelling gebracht door de zogeheten aids-dissidenten. Zij zeiden wat algemeen in de eerste jaren werd aangenomen, maar taboe werd toen de Amerikaanse wetenschapper Robert Gallo zich opwierp als uitvinder van de werkelijke oorzaak van aids. Het was een virus. Op genoemde datum werd een persconferentie belegd, waarop voorzichtigheidshalve nog gesproken werd over de ‘waarschijnlijke’ oorzaak van aids. Maar media lieten al snel het woord ‘waarschijnlijk’ weg en de hiv-aids-theorie werd als bewezen beschouwd.

De gang van zaken op deze bijeenkomst was uiterst bevreemdend. Normaal gesproken wordt een onderzoek onderworpen aan het zogeheten ‘peer reviewed’ systeem: deskundigen beoordelen het op haar wetenschappelijk gehalte alvorens te worden gepubliceerd. Maar op die dag was er helemaal geen publicatie, die kwam later pas. Afgezien van een handjevol ingewijden, las natuurlijk niemand dat. Het ‘bewijs’ was al via een persoffensief de wereld in gebracht.
Het onderzoek waarop Gallo zich baseerde leverde geen spoor van bewijs voor hiv als oorzaak van aids. Hij toonde twee dingen aan. Ten eerste dat de meeste onderzochten met (een voorstadium van) aids anti-stoffen tegen hiv bij zich droegen. Ten tweede dat bij een minderheid het virus zelf werd aangetroffen. Dat hier geen oorzakelijk verband is aangetoond heeft twee redenen.

1. Dat de meesten geen hiv-virus hadden en een minderheid zelfs geen anti-stoffen bewijst dat aids bij deze mensen andere oorzaken heeft. Dat er aids-zonder-hiv bestaat, werd in 1992 impliciet erkend door introductie van een nieuwe term: idiopathische CD4 lymfocytopenie (ICL). Wie dit kreeg, had dezelfde ziekteverschijnselen, maar geen hiv. Daarna verdween deze term weer en werden al deze gevallen gerubriceerd onder de concrete aandoening die iemand kreeg. Door alle niet-hiv-gevallen van aids uit de definitie te halen, kon de theorie worden gered. Men kan uit Gallo’s onderzoek hooguit concluderen dat mogelijk het hiv-virus een rol speelt als co-factor. Hieronder wordt nog aangegeven dat zelfs dat niet het geval is.

2. Dat er desondanks een grote correlatie bestaat tussen hiv en aids, zegt niets over een oorzakelijk verband. De aids-slachtoffers waren destijds eveneens in meerderheid geïnfecteerd met het hepatitus-virus, het cytomegalovirus, het Epstein-Barr virus en het herpesvirus. Men zou dan ook op dezelfde ondeugdelijke gronden kunnen concluderen dat een van deze virussen aids veroorzaakt.

biochemie op haar kop
In hiv-testen wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van anti-stoffen om te bepalen of iemand seropositief is. Het blijkt gemakkelijk om te controleren op de aanwezigheid van anti-stoffen, maar bijster moeilijk om het virus zelf aan te tonen. Menig patiënt is gestorven zonder dat men hiv had gevonden. Daarnaast zet men met de conclusies – seropositief betekent dat je ziek zult worden – de wetten van de biochemie op hun kop. Anti-stoffen zijn namelijk een teken dat de gastheer beschermd is omdat het afweersysteem van het lichaam het virus onder controle heeft. Maar bij hiv stelt men dat de ellende daarna pas begint. Men redeneert over een virus dat zich in bepaalde cellen zou ‘verstoppen’ en god weet waarvandaan ooit de aanval inzet.

Om dit laatste te rechtvaardigen, wordt soms een parallel getrokken met virussen die na vele jaren risico kunnen opleveren. Een voorbeeld is het herpesvirus, veroorzaker van waterpokken in de kindertijd, dat levenslang aanwezig blijft en later zich opnieuw kan openbaren in de vorm van gordelroos. Dat gebeurt echter alleen als het afweersysteem ernstig verzwakt is, maar bij het overgrote deel van de mensen gebeurt er niets. De werkelijke ziekte deed zich al lang geleden voor en is bij een goede afweer voor altijd overwonnen. Maar hiv zou, na door anti-stoffen onschadelijk te zijn gemaakt, na vele jaren ineens opspelen om in de dood te eindigen.

Daar komt bij dat hiv een retrovirus is en geen enkel virus uit deze categorie – de wetenschap kent er zo’n 2.000 – heeft ooit ziekte veroorzaakt. Door te beweren dat hiv wél (dodelijk) ziek maakt, stelt men zoiets als dat een tafel eigenlijk een stoel is. Dat mag, maar dan verwacht men toch wel een driedubbel bewijs alvorens het te geloven.

Maar er was nog een probleem. Wie aanneemt dat het hiv-virus ziek maakt, mag een snel intredend ziekteproces verwachten. Het overgrote deel van de virussen zijn onschuldige metgezellen die nooit iets doen. Maar áls ze schadelijk zijn, slaan ze ook snel toe – doorgaans binnen 24-48 uur en in een enkel geval binnen hooguit enkele weken. Oorspronkelijk ging men ervan uit dat de zogeheten incubatietijd – de periode tussen de hiv-infectie en het uitbreken van aids – ongeveer drie maanden bedroeg en daar zou misschien nog in te komen zijn. Maar toen werd het een jaar, daarna meerdere jaren – om in de 21e eeuw verbijsterd te moeten concluderen dat het gaat om tien jaar, met uitschieters naar twintig jaar.

Men is hiv op basis van die lange incubatietijd gaan kwalificeren als een ‘lentivirus’, hetgeen interessant en wetenschappelijk klinkt, maar het niet is. Het woord ‘lenti’ betekent langzaam en op grond van de veronderstelling dat er in het dierenrijk (in het bijzonder bij katten en apen) ‘langzaam werkende virussen’ voor schijnen te komen, is geconcludeerd dat dit nu ook bij mensen optrad. Dat is pure speculatie, omdat het strijdig is met de werking van alle tot op heden bekende virussen bij mensen. Het begrip ‘lenti’ is dus een uitkomst. Want wie na vijf jaar niets heeft, krijgt te horen dat het na tien jaar alsnog kan.

Om de verwarring compleet te maken, erkent men nu ook dat sommige geïnfecteerden misschien wel nooit aids krijgen en dat zou te maken hebben met ‘beschermende genen’. Afgezien van het feit dat ook dit tot op heden in speculatie is blijven steken, zijn de consequenties van deze opvatting nogal stuitend. Ook na zo’n 25 jaar aids zijn het voor het grootste deel homoseksuelen en intraveneuze drugsgebruikers die een aids-diagnose krijgen. Dat betekent dat volgens de genenbenadering een kleine groep homoos en junks het geluk heeft haar lot te delen met de grote meerderheid van de bevolking die maar geen aids wil krijgen. De wél getroffenen uit de risicogroepen worden daarmee gezien als mensen met een aangeboren genetische zwakte. Waar hebben we dat meer gehoord?

Van belang is ook dat virussen in de westerse wereld sterk overschat worden. Hooguit een paar procent van de sterfgevallen is te wijten aan micro-organismen als virussen en bacteriën, terwijl het overgrote deel verklaarbaar is door genetische, omgevings- en leefstijlfactoren. Het immuunsysteem van de gemiddelde westerling is van dien aard dat virussen zelden een fatale afloop hebben. Dat gebeurt alleen als het mensen betreft die door een aangeboren defect een zwakke afweer hebben, die door ouderdom en zwakte een virus niet de baas worden óf – en daar gaat het hier om – die een leefstijl hebben waardoor de afweer dusdanig verzwakt dat virussen toeslaan. Eén blik op de Derde Wereld, met haar permanente epidemieën, is voldoende om de overschatting van virussen en de onderschatting van de kracht van onze afweer te laten zien. De sociale omstandigheden, met als cruciale factor de ondervoeding, zijn er van dien aard dat men tegen weinig bestand is. In het Westen is men tegen virussen in principe wel opgewassen. Vandaar de miljoenen doden door infectieziektes onder de armen en de verwaarloosbare sterfte onder de rijken.

Tenslotte staat ook de diagnose ‘hiv’ geheel ter discussie. De medische literatuur heeft aangetoond dat tientallen factoren – zoals bloedtransfusie, griepvaccinatie, een te hoog vetgehalte in het bloed en talloze anti-stoffen horend bij andere aandoeningen zoals hepatitus – kunnen leiden tot een positieve testuitslag. Hiv-positief hoeft dus niet op hiv te wijzen. Sterker nog, er bestaat onder een deel van de vakwetenschappers grote twijfel of dit virus eigenlijk wel bestaat, ook al omdat het niet volgens de voorgeschreven wetenschappelijke methode kon worden geïsoleerd.

alles komt door hiv
Hiv blijkt een ingenieus virus te zijn. Elk virus is gekoppeld aan één concrete aandoening. Men krijgt griep van een van de varianten van het griepvirus of de ziekte van Pfeiffer door het Epstein Barr virus. Zo niet bij hiv. Je krijgt er longontsteking van, je kunt er blind van worden, je kunt gaan dementeren, je krijgt een tumor in de lymfeklieren, er breekt tuberculose bij je uit of herpes neemt bezit van je geslachtsdelen. Alles kan. Maar het virus is nóg slimmer. Het verdeelt namelijk netjes de verschillende aandoeningen over verschillende groepen mensen. Er is tuberculose voor mensen die drugs injecteren, niet voor homoos. De laatste hadden vrijwel het alleenrecht op Kaposi’s sarcoma, maar bij een oorspronkelijk onderscheiden risicogroep als hemofiliepatiënten kwam het niet voor. Zo ontstaat er een hele lijst van aandoeningen die selecteren naar sociale groepen.

Zo ongeveer alles blijkt aan het gevreesde virus te kunnen worden gekoppeld. Zo zijn er zogeheten ‘hiv-gerelateerde aandoeningen’ die als een voorstadium van aids worden gezien. Wie hiv-geïnfecteerd is en de lijst doorneemt, slaat de schrik om het hart. Men leest er over gordelroos, over ernstige tandvleesontstekingen, over opgezette lymfeklieren en nog zoveel andere, veel voorkomende verschijnselen. Een seronegatief persoon die zo’n tandvleesontsteking krijgt, denkt: ik moet beter poetsen, naar de tandarts, naar de mondhygiëniste en minder zoet eten of roken. Een seropositief persoon die het officiële standpunt aanvaardt, denkt iets heel anders: dit zijn de eerste tekenen van een doodvonnis op termijn. Tot overmaat van ramp dekt men zich ook in door de vermelding dat de lijst van aandoeningen ‘niet uitputtend’ is. Constateert men een x aantal keren een nieuwe aandoening, dan wordt die ook aan hiv geweten.

De lijst van ziektes die reden zijn voor een aids-diagnose is sinds de eerste omschrijving van aids in 1983 tot driemaal toe uitgebreid en tegenwoordig zijn het er maar liefst 29. De belangrijkste stamt uit 1993, toen bijvoorbeeld in de Verenigde Staten door deze uitbreiding van de ene op de andere nacht het aantal aids-diagnoses verdubbelde. Dat had te maken met de Amerikaanse beslissing mensen met een aantal CD4-afweercellen onder de 200 de diagnose aids te geven. Daarnaast werd ernstige baarmoederhalskanker aan de lijst toegevoegd. Vrouwen met deze aandoening krijgen normaal gesproken te horen: u heeft baarmoederhalskanker. Dat klinkt logisch en is het ook. Maar degenen onder hen die ook nog eens anti-stoffen tegen hiv hebben, krijgen geen diagnose baarmoederhalskanker, maar de diagnose aids. En zo werkt het bij alle aandoeningen. Omdat er geen bewijs is geleverd dat hiv de oorzaak is van aids, wordt hier geen wetenschap bedreven maar op slinkse wijze gemanipuleerd. In wetenschappelijke termen: uit een correlatie – in dit geval hiv en kanker – wordt geconcludeerd tot een causaal verband.

Er is nog een onverklaarbaar aspect aan het veronderstelde oorzakelijke verband tussen hiv en aids. Al in de jaren negentig betrof het bij een belangrijk deel van alle aids-aandoeningen ziektes die geheel of gedeeltelijk los staan van het immuunsysteem. Dat geldt waarschijnlijk voor de verscheidene tumoren die aan hiv worden geweten, maar hier verschillen de meningen over. Ook als kanker wel gerelateerd is aan verzwakking van het immuunsysteem, valt echter niet in te zien waarom een verzwakte afweer geen aanleiding geeft tot het ontstaan van de meest voorkomende soorten als darmkanker of longkanker maar vooral tot een uiterst zeldzame vorm van kanker die onder homoseksuelen epidemisch was, namelijk Kaposi’s sarcoma. Intussen gaat men er overigens van uit dat deze aandoening niet door hiv, maar door een ander virus wordt veroorzaakt – blijkbaar niet beseffend dat men daarmee zelf de angel uit de theorie haalde door toe te geven dat één van de twee gezichtsbepalende aids-aandoeningen los stond van hiv! Absurder is het nog om een aandoening als dementie te zien als veroorzaakt door hiv. Want daarvan staat echt vast dat die niet wordt veroorzaakt door een verzwakt afweersysteem. Deze en andere voorbeelden, zoals ook de aids-ziekte ‘extreem gewichtsverlies’, betekenen alweer dat tot aids ziektes worden gerekend die onverklaarbaar zijn vanuit een virus dat geacht wordt het immuunsysteem aan te tasten.

overige risicogroepen
Oorspronkelijk werden er naast homoseksuelen nog andere risicogroepen, zoals hemofiliepatiënten, onderscheiden. De belangrijkste waren echter de intraveneuze drugsgebruikers. Van hen lijkt het, anders dan bij de belangrijkste groep getroffenen van homoseksuelen, niet eens nodig om uit te leggen dat drugs de risicofactor zijn - ze zijn er zelfs naar genoemd. Maar het aids-establishment vindt dat te eenvoudig. Daar luidt de redenering dat wie driftig spuit gevaar loopt door het delen van vervuilde spuiten zodat er hiv wordt overgedragen en vervolgens aids gaat ontstaan. Deze omslachtige invoeging van hiv in de verklaring van aids is geheel overbodig, omdat de drugs zelf al de verklaring leveren. Want de ziektes waarvan men weet dat ze het gevolg kunnen zijn van intraveneus drugsgebruik, zoals tuberculose, vinden we terug in de ‘lijst van 29’.

Het woord ‘risicogroep’ wordt echter niet meer gebruikt, want ‘iedereen’ zou gevaar lopen. Daaruit vloeit onder meer de verwachting voort dat mannen en vrouwen in gelijke mate getroffen worden. Wanneer men kijkt naar de Derde Wereld, lijkt dat te kloppen. (De vraag in hoeverre daar sprake is van aids, blijft hier nu terzijde.) Hier doet zich echter opnieuw een onverklaarbare tegenstrijdigheid voor. De gelijkmatige verdeling blijft in het Westen na 25 jaar namelijk volkomen uit. Het overgrote deel blijft bestaan uit mannen, die ook nog eens in grote meerderheid homoseksueel zijn. Hoe kan een virus naar geslacht en seksuele voorkeur selecteren afhankelijk van het werelddeel waarin het rondwaart?

Er zijn wel wat meer vrouwen met een aids-diagnose bijgekomen. Het voorbeeld baarmoederhalskanker gaf al aan dat dit het gevolg is van statistische manipulatie. De aandoening verandert van naam als er anti-stoffen tegen hiv zijn gevonden, terwijl het ziektebeeld hetzelfde is. Toch werden ook in de begintijd van aids wel vrouwen getroffen, maar hun aandeel bedroeg hooguit enkele procenten. Bij nadere beschouwing blijkt dat het ook hier voornamelijk ging om vrouwen die drugs gebruikten en die voor een deel ‘aids-babies’ voortbrachten.

Vanuit het officiële standpunt dat aids wordt veroorzaakt door hiv-overdracht via bloed-sperma of bloed-bloed contact, ligt het echter voor de hand twee andere categorieën te zien als risicogroep. Maar zij blijken dat nooit te zijn geworden, zodat opnieuw wordt bevestigd dat aids een leefstijlziekte is en geen besmettelijke ziekte. Dat wil zeggen: zij staan veel sneller dan gemiddeld bloot aan hiv, maar worden niet vaker door aids getroffen.

De eerste groep bestaat uit prostituees, van wie bijvoorbeeld in Amsterdam zeker 7 procent hiv-besmet is. Als er nu één groep is die zelfs voor de grootste fanatiekelingen niet in aantallen sekscontacten valt te overtreffen, zijn zij het wel. Maar ondanks dit hoge percentage – het ligt zelfs hoger dan het aantal geschatte gevallen van hiv in Afrika beneden de Sahara! - heeft zich nooit een aids-epidemie onder hen voorgedaan. En opnieuw: aids-slachtoffers die onder hen vielen, waren gebruikers van drugs.

De tweede groep wordt gevormd door de gezondheidswerkers. Bij miljoenen tegelijk komen zij dagelijks in aanraking met bloed. Prik- of snij-incidenten, met de mogelijkheid van hiv-overdracht, komen regelmatig voor. Maar in de hele medische literatuur is niet één gedocumenteerd voorbeeld te vinden van iemand die als gevolg daarvan aids heeft ontwikkeld. Beweringen van het tegendeel betreffen uitsluitend een handjevol oncontroleerbare anekdotes.

de drugs-aids-hypothese
De essentiële vraag bij aids is: wat is nieuw? Dat zijn niet de ziektes in de Derde Wereld en niet de ziektes van hemofiliepatiënten. Dat zijn ook niet de ziektes van de aids-lijst die bij aanwezigheid van hiv-antistoffen van naam veranderen. Het gaat hier om aandoeningen waarvan men globaal de oorzaken kent, maar waar hiv ten onrechte voor in de plaats komt of tussen wordt geschoven.

Er is maar één ding nieuw: een risicovolle leefstijl, waarin drugs een prominente rol spelen. Drugs raakten, na aanvankelijk een avant-garde verschijnsel van eind jaren zestig te zijn geweest, ingeburgerd onder een bredere groep mensen, in het bijzonder homoseksuelen, en deed de categorie intraveneuze drugsgebruikers groeien. Dat gebeurde in de jaren zeventig en aids werd er in de jaren tachtig het uitgestelde gevolg van.

Deze kloof in de tijd tussen het begin van het gebruik en het ontstaan van aids is essentieel. De meeste verdovende middelen zijn weliswaar giftig, maar het lichaam weet er lange tijd raad mee. Na intensief en langdurig gebruik wordt echter een grens overschreden en wordt men ziek, ernstig ziek. Terwijl de theorie van een virus met een lange incubatietijd onhoudbaar is, kenmerken gifstoffen zich nu juist wél door een lange periode voordat de gevolgen merkbaar zijn. Zoals niemand longkanker krijgt van een paar jaar roken of levercirrose door een aantal jaren alcoholisme, krijgt men ook geen aids door in zijn wilde jaren een tijdlang drugs te gebruiken. Maar afhankelijk van de giftigheid van de stof en de sterkte van de betreffende persoon, gebeurt dit in veel gevallen wel als men er te lang mee doorgaat. Dat geldt voor tabak en alcohol, dat geldt ook voor drugs als heroïne, cocaïne, amfetamine of poppers. De Engelstalige aids-dissidenten zeggen het kernachtig: The dose is the poison.

Deze typering geldt ook voor een andere factor waarvan de schadelijke gezondheidsgevolgen waarschijnlijk nog groter zijn dan die van (recreatieve) drugs: de voorgeschreven medicatie. Beide te samen genomen, spreekt men wel over de drugs-aids-hypothese als alternatieve verklaring. Daarover handelt deel twee van dit artikel.

zo maar een citaat
 

Weet jij wat je slikt?

Komt je internist met een nieuw voorstel? Kijk dan éérst hier!


Tine van der Maas doet er wat aan! Verbluffende filmfragmenten.

Nederlands ondertiteld!

Met dank aan...

Ton Geurtsen, voor het vertalen van al die citaten onderaan elke pagina.

© 2005-2008 Copyright Andere Kijk – alle rechten voorbehouden – ontwerp en bouw door Gert Brax
Deze website wordt niet gesponsord door de farmaceutische industrie